Holland’s got talent

Ruim een jaar geleden schreef ik een blogartikel over de contracten die met name de deelnemers aan buitenlandse talentenjachten als Britain’s Got Talent en American Idol voorafgaand aan de opnamen en audities dienen te ondertekenen. Deze teksten zijn altijd uitvoerig en eenzijdig in het voordeel van de producent opgesteld. Zij maken vooral duidelijk dat het bij dergelijke talentenshows niet zozeer gaat om het vinden en begeleiden van nieuw talent, maar om het maken van een zo aantrekkelijk mogelijk televisieprogramma waarmee veel geld kan worden verdiend. Helaas viel toen over de door de Nederlandse talentenshows gebruikte contracten niet zo heel erg veel te vertellen (advocaten hebben een geheimhoudingsplicht) aangezien daar weinig over is openbaar gemaakt.

Sabotage

Dankzij Jacqueline Wensing is dat nu anders. Zij spande op 8 juli 2010 een kort geding aan tegen RTL Nederland BV en Blue Circle BV, respectievelijk de uitzendende omroep en de producent van het programma Holland’s Got Talent. Jacqueline wilde voorkomen dat een item over haar auditie zou worden uitgezonden aangezien zij vond dat Blue Circle haar auditie had gesaboteerd en zij opzettelijk voor gek was gezet. Er was met haar microfoon gemanipuleerd, de producent was de begeleidende muziek kwijt geraakt, in een mini-interview was zij kort voor de auditie door een jurylid onder handen genomen en de publieksopwarmer in de zaal had het publiek direct nadat haar auditie was begonnen aangemaand ‘boe’ te roepen en haar uit te fluiten. Maar daar bleef het niet bij, want na dit alles had de jury het ook nog nodig gevonden haar finaal af te branden met denigrerende en beledigende opmerkingen. Inmiddels is bekend dat de voorzieningenrechter daar geheel anders over dacht, want het door haar verlangde uitzendverbod werd afgewezen. De auditie werd neutraal weergegeven. Jacqueline overdreef. Boze tongen beweren zelfs dat het haar manager uitsluitend om het genereren van publiciteit voor haar nieuwe single was te doen.

Quit Claim

Toch komen we dankzij Jacqueline nu toch het een en ander te weten over de door de producent gehanteerde contracten. Het gaat hierbij in Nederland om een zogenaamde ‘quit claim’, twee A-4tjes met tekst die door alle kandidaten voorafgaand aan de opnamen moet worden ondertekend. Door de ondertekening ervan verlenen de kandidaten aan de producent onder meer de volgende rechten:

‘De Deelnemer verleent hierbij aan de Producent onvoorwaardelijk en onherroepelijk het recht en de toestemming om zijn/haar naam en beeltenis te gebruiken via welke vorm van media en distributie dan ook en om van zijn/haar prestatie in het kader van het Programma opnamen te (doen) maken, deze openbaar te (doen) maken, te (doen) verveelvoudigen, al dan niet in bewerkte vorm, te reproduceren, te verkopen, te verhuren, uit te lenen af te leveren of anderszins te verspreiden of in het verkeer te brengen, dan wel het voor die doeleinden aan te bieden of in voorraad te hebben, uit te (doen) zenden en te (doen) herhalen, dan wel anderszins te exploiteren op welke wijze heden of in de toekomst ook bekend.’

Kortom: het contract zorgt er voor dat de opnamen van iedere kandidaat, hoe beledigend of genant voor de kandidaat ook, tot in lengte van dagen kan worden herhaald. De gegeven toestemming is immers onvoorwaardelijk en onherroepelijk verleend. De gemaakte opname kan tot in lengte van dagen op welke wijze dan ook worden geëxploiteerd.

Niet altijd toestemming

Uit de uitspraak blijkt echter ook dat ondanks de stellige tekst van het contract, de producent zich niet altijd met succes op een dergelijke overeenkomst kan beroepen. De voorzieningenrechter is namelijk van mening dat het ondertekenen van een quit claim niet altijd meebrengt dat het opgenomen materiaal onder alle omstandigheden mag worden uitgezonden. Er kunnen zich bijzondere, zwaarwegende omstandigheden voordoen die maken dat de programmamaker zich in redelijkheid niet mag beroepen op de door de deelnemer gegeven toestemming. Maar het uitlachen van de kinderen van een kandidaat op het schoolplein is zo’n bijzondere omstandigheid in ieder geval niet. Daar moeten – m.i. terecht – de kandidaten zelf maar rekening mee houden.

Dus:

  • Vaders en moeders van kandidaten: weerhoudt jouw kind van het meedoen aan een talentenjacht in het geval van onvoldoende talent. Jouw kind kan daar nog jarenlang mee worden lastig gevallen en realiseert zich dat mogelijk niet. Bij de producent staat het belang van het programma voorop, niet het belang van jouw kind;
  • Vader en moeder-talenten: denk vooraf na over de mogelijke gevolgen voor jouw kind als je zelf mee gaat doen aan een talentenjacht zonder over voldoende talent te beschikken. De rechter kan je niet helpen, ook niet als je belachelijk wordt gemaakt. Dat is immers juist mede de opzet van de show.

De voorzieningenrechter vond de auditie van Jacqueline neutraal weergegeven. Haar zaak sneuvelde dus, maar het heeft ons wel een openbaar kijkje in de keuken van het programma gegeven, waarvoor dank.

Heeft u een muziekadvocaat nodig?

Neem contact op met Margriet Koedooder, voor al uw vragen over muziekcontracten en muziekrecht.

Deel deze blog met